Dialoog met de samenleving

door Leo Klinkers

Een aantal weken geleden liep het kabinet honderd dagen door Nederland om met de samenleving te praten. Als auteur van Beleid begint bij de samenleving (2002) werd me regelmatig gevraagd wat ik daarvan vond. Welnu, daar vond en vind ik niet veel van. Ik ervoer het als een nieuw dieptepunt in de voortschrijdende ‘besturisering’ van de politiek. Politieke kaders formuleren is een taak van de Tweede Kamer. Besturen is een zaak voor het kabinet. De werkelijkheid is echter al vele jaren omgekeerd: het kabinet maakt de politiek en de Kamer bestuurt.

In de dagelijkse praktijk laat de Kamer zich leiden door de agenda van de regering. Toen het kabinet een tijdlang die agenda niet liet zien, was de Kamer dan ook flink ontregeld. De klagerige oppositionele geluiden dat het kabinet niet bestuurde, zijn te interpreteren als afkickverschijnselen van een aan meebesturen verslaafde Kamer. Die onmachtig is zelf haar primaire taak, de communicatie met de samenleving, te organiseren. Strikt genomen verwijt de Kamer het kabinet dat het doet wat zijzelf nalaat: in dialoog met de samenleving van buiten naar binnen en van onderop politiek maken. Door deze nalatigheid is de Kamer zelf schuldig aan de uitholling van de politiek en aan het creëren van een gat tussen haar en de samenleving. Het was te verleidelijk voor het kabinet om niet in dat gat te springen, onder regie van een niet ter verantwoording te roepen adviseur. Zelfs geen ambtelijk raadsadviseur. Minder dan ooit, althans sinds de jaren zeventig, is de Kamer een factor van politieke betekenis. En slechter heeft de parlementaire democratie er sindsdien nog niet voorgestaan.

In de vorige regeerperiode toonde de Themacommissie Ouderenbeleid uit de Tweede Kamer dat het mogelijk is om op basis van een verstandige dialoog met de samenleving doordachte politieke kaders te creëren voor een politiek geïntegreerd ouderenbeleid. Deze Kamercommissie, onder leiding van Niny van Oerle, heeft daar drie jaar aan gewerkt. Dat is andere koek dan honderd dagen door het land rennen. De unieke politieke kaderstelling door deze commissie is echter vastgelopen in de versplinterde werkwijze van de Kamer.

De Nationale Conventie heeft in oktober 2006 geadviseerd om de Kamer een slag van honderdtachtig graden te laten maken door te gaan werken met een handvol themacommissies in plaats van de op meebesturen gerichte vaste Kamercommissies. Toenmalig Kamervoorzitter Weisglas en het Presidium durfden echter geen leiding te geven aan zo’n drastische ingreep in de werkwijze van de Kamer. Voor de nieuwe Kamervoorzitter Gerdi Verbeet, destijds lid van de genoemde Themacommissie Ouderenbeleid en dus goed bekend met haar unieke werkwijze en het daaraan te danken resultaat, ligt er maar één werkelijke uitdaging: de Kamer weer in staat stellen politiek leiding te geven aan het land,  door alsnog die slag van honderdtachtig graden door te voeren: weer met het gezicht naar de samenleving gaan staan en met de rug naar het kabinet.