door Leo Klinkers (10-09-2007)
In het eerste Kamerdebat na het zomerreces op 6 september 2007 vond op verzoek van het Kamerlid Geert Wilders (PVV) een debat plaats over eerdere uitspraken van Ella Vogelaar, minister voor Wonen, Wijken en Integratie. De minister had in een interview met Trouw in juli gezegd: "De islam is één van de grote godsdienstige stromingen in Nederland, moslims zullen hier niet meer weggaan. Er zullen eerder meer moslims bijkomen. Ik wil helpen dat ze zich hier thuis voelen, islam en moslims moeten zich hier kunnen wortelen".
In het debat wendde Wilders zich rechtstreeks tot de minister met de woorden: “U bent knettergek”. Niet: “Dat is knettergek” of “De idee als zodanig is knettergek”, nee “U bent knettergek”. Hij herhaalde dat enkele malen, waardoor er – mede door zijn lichaamstaal – geen misverstand kon bestaan over zijn bedoelingen: de minister in het plenum van de Kamer schofferen.
De Kamervoorzitter greep niet in. Waarom niet? Een lid van de Tweede Kamer hoort te spreken via de voorzitter, en wendt zich niet rechtstreeks tot degene voor wie de boodschap bestemd is. Voorts bevat het Reglement van Orde op het punt van beledigende uitspraken de volgende artikelen:
Lees meer...