Staatkundige beschouwingen Suriname Herziening van de Grondwet: drie opstellen

Herziening Grondwet Suriname

Op 29 juni 2011 heeft President Bouterse een Staatscommissie ingesteld, onder voorzitterschap van Samuel Polanen, tot herziening van de Grondwet van 1987 die laatstelijk was gewijzigd in 1992. De commissie heeft een vrij mandaat om de reeds jaren bestaande discussies over een aantal onduidelijkheden in de Grondwet op te lossen. Leo Klinkers heeft op eigen initiatief drie opstellen geschreven en aan de commissie doen toekomen. De drie opstellen 'Over soevereiniteit', 'Over democratie' en 'Over sociale grondrechten' treft u hieronder aan.

Over soevereiniteit

Geen enkel land ter wereld is nog soeverein. Ook Suriname niet. Hoe komt dat? Wat betekent dat voor Suriname en heeft dat wellicht ook gevolgen voor de Grondwet?

Wat is soevereiniteit?
Soevereiniteit is niet meer en niet minder dan baas zijn in je eigen land. Je mag als soevereine staat altijd en onder alle omstandigheden je eigen beslissingen nemen. Een soevereine staat hoeft geen verantwoording af te leggen aan een ander land, noch aan een internationale organisatie, noch aan een internationale rechter. Ook hebben andere landen, noch internationale organisaties het recht om een troepenmacht samen te stellen om je gewapend binnen te vallen en verplichtingen op te leggen.

Dit klassieke begrip ‘soevereiniteit’ is echter over en voorbij. Overal ter wereld. Ook voor Suriname. Suriname heeft onder meer een plaats binnen de Verenigde Naties, Unasur, OAS, Caricom en onderhoudt een verdragsrechtelijke relatie (EPA) via Caricom en de ACP-landen met de Europese Unie. Dat alles impliceert dat ook Suriname wel degelijk verantwoording heeft af te leggen over zaken die in eigen land spelen. De internationaalrechtelijke opdracht om de grondenrechten te regelen is daarvan slechts één voorbeeld.

Maar laten we eerst eens kijken hoe dat klassieke begrip ‘soevereiniteit’ in de loop der jaren is gaan eroderen en waar we nu dan staan. (Noot: Enkele delen van dit artikel zijn ontleend aan Kimon Valaskakis, uit zijn ‘Long-term Trends in Global Governance: from Westphalia to Seattle’, in het OECD-boek ‘Governance in the 21st Century?’)

Lees meer...

Over democratie

Het is geen probleem om Suriname een democratie te noemen. Maar volgens de politieke theorie bestaat er in geen enkele land ter wereld democratie. Hoe zit dat? En wat kan dat betekenen voor de voorgenomen herziening van de Surinaamse Grondwet?

In Over Soevereiniteit beschrijf ik hoe het klassieke begrip 'soevereiniteit' van 1648 tot 1948 de wereldorde heeft beheerst, en hoe het vanaf 1948 in enkele tientallen jaren zijn staatsrechtelijke betekenis heeft verloren. Geen enkel land is meer in alle opzichten baas in eigen huis. Door lidmaatschappen van supranationale organisaties – in combinatie met verdragsrechtelijke verplichtingen – kunnen die organisaties van hun leden verlangen zich te conformeren aan besluiten die boven hun hoofd genomen worden.

Overal in de wereld hebben intergouvernementele staatssystemen de plaats van het soevereiniteitsconcept overgenomen. Die intergouvernementele staatssystemen zitten echter klem tussen de noodzaak tot delegatie van nationale bevoegdheden naar supranationale organen enerzijds, en het krampachtig vasthouden aan 'het eigen nationaal belang eerst' anderzijds. Daarom zijn intergouvernementele staatssystemen intrinsiek zwak.

Dat komt door een systeemfout: ze geleiden de besluitvorming via overleg door regeringsleiders. En die hebben bij dat overleg altijd de nationale agenda bij zich. Als het erop aankomt zijn die nationale belangen belangrijker dan het gemeenschappelijk belang van de deelnemende landen. Een intergouvernementeel systeem zonder een politieke unie komt door dat conflict van belangen vroeg of laat in ernstige problemen. De crisis in de Europese Unie is daarvan een goed voorbeeld. Maar dat geldt waarschijnlijk ook voor Caricom. Het zijn samenwerkingsverbanden die het klassieke soevereiniteitsbegrip illusoir maken, maar geen antwoord bieden op de behoefte om nationale zeggenschap een heldere plaats te geven binnen een staatkundige vorm die bewijst dat het geheel meer is dan de som der delen.

Lees meer...

Over sociale grondrechten

Sociale grondrechten zijn geen rechten. Een burger die van mening is dat een van zijn sociale grondrechten is geschonden kan niet in rechte afdwingen dat de overheid hem in zijn recht herstelt.

In het opstel Over Soevereiniteit stelde ik dat soevereiniteit in de zin van baas in eigen land sinds 1948 niet meer bestaat. Staten zijn lid van intergouvernementele systemen en moeten zich daarom conformeren aan besluiten die boven hun hoofd binnen supranationale organen worden genomen.
In het opstel Over Democratie heb ik uitgelegd dat democratie in de zin van volkssoevereiniteit nimmer heeft bestaan. Overal is sprake van representatieve democratie. En dat concept, democratie door middel van vertegenwoordiging, is door de behartiging van groepsbelangen per definitie niet gericht op het algemeen belang.
In dit opstel Over Sociale Grondrechten probeer ik uit te leggen dat Grondwetten, waaronder de Surinaamse, met passages over sociale grondrechten, nog eens goed zouden moeten kijken naar het juridische gehalte van dat type rechten.

Klassieke en sociale grondrechten
Anders het geval is met zogeheten klassieke grondrechten zijn de sociale grondrechten van betrekkelijk recente datum. Dat wil zeggen, pas in de loop van de jaren zeventig en tachtig vonden diverse grondwetgevers het van belang om naast klassiek grondrechten, zoals vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijheid van vereniging en vergadering (om er enkele te noemen), ook sociale grondrechten te formuleren.

Lees meer...